
Algemene nabestaandenwet
Artikel 46
1
De Sociale verzekeringsbank betaalt met inachtneming van artikel 50 de uitkering zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een maand nadat zij het recht op die uitkering heeft vastgesteld.
2
De betaling bedoeld in het eerste lid geschiedt in de regel per maand.
3
De Sociale verzekeringsbank schort de betaling van de uitkering op of schorst de betaling indien zij op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft, dat:
a
het recht op uitkering niet of niet meer bestaat; of
b
recht op een lagere uitkering bestaat; of
c
de nabestaande, het ouderloos kind, of zijn wettelijke vertegenwoordiger dan wel de instelling aan welke ingevolge artikel 49 of 57 de uitkering wordt uitbetaald, een verplichting bedoeld in artikel 35, 36, tweede lid, of 37 niet is nagekomen.
4
De Sociale verzekeringsbank stelt de betrokken persoon of instelling onverwijld schriftelijk in kennis van de beslissing bedoeld in het derde lid.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.